Cito woordenschat1 toets
Deze wordt gebruikt om de woordenschat ontwikkeling van de kinderen in de groepen drie en vier te volgen. We krijgen hierdoor een aanwijzing hoe groot de passieve (dat betekent dat het kind wel het woord kent, maar nog niet zelf gebruikt) woordenschat is.
Er is een groot verschil tussen het passief verstaan (passieve woordenschat) en
het actief gebruiken van de woorden. De actieve woorden schat (de woorden die het kind daadwerkelijk gebruikt) is altijd kleiner dan de passieve woordenschat, Met schat dat kinderen van rond de vier jaar een passieve woordenschat hebben van zo'n drieduizend woorden maar daarvan worden er daadwerkelijk slechts tweeduizend gebruikt. Aan het eind van de kleuter periode bedraagt de woordenschat ongeveer vijfduizend woorden waarvan er zo'n drieduizend door het kind worden gebruikt. Dit loopt op tot zesduizend passief en vierduizend actief aan het eind van groep vier.
Bij allochtone kinderen komt de Nederlandse woordenschat in die periode lager uit. Het is dus van belang dat deze kinderen worden gestimuleerd met betrekking tot de woordenschat
Daarom is het dus van belang dat de woordenschat ontwikkeling van een kind wordt bijgehouden en als blijkt dat deze stagneert er adequate hulp wordt geboden. Daarnaast kan aan de hand van de toets tevens worden bepaald hoe groot de woorden schat is, ten opzichte van de andere kinderen in de groep.
Door taal kunnen wij met elkaar praten (communiceren), maar daarnaast maken wij bij het denken ook voortdurend gebruik van taal. We kunnen verbanden tussen dingen in onze leefwereld met behulp van taal onder woorden brengen. Het verwerven van taal is speelt dus een belangrijke rol bij de ontwikkeling van uw kind.