Begrijpend lezen
In het eerst leerjaar van het leesonderwijs staat het verklanken van woorden(hardop lezen) centraal. De nadruk bij begrijpend lezen ligt dan op de zinsbetekenis. In het begin worden daarbij vaak plaatjes gebruikt als ondersteuning. Langzamerhand verdwijnen de plaatjes, worden de zinnen moeilijker en komen de eerste korte teksten.

Vanaf dan gaan verwijsen betekenisrelaties een rol spelen. Het gebruik van verwijswoorden is voor beginnende lezers lastig. Je moet begrijpen dat in de zin "De vader van Karel wast zich" met het woord zich de vader van Karel wordt bedoeld.

Daarnaast moet ook nog geleerd worden datde zinnen in een tekst niet zomaar daar staan, maar op die plaats staan ombepaalde betekenis relaties tot stand te brengen.
Vanaf het tweede jaar van het leesonderwijs komt de nadruk bij het begrijpend lezen te liggen op de teksten. Alle eerder genoemde betekenisniveaus komen daarbij aan bod.

Tekstbegrip veronderstelt immers begrip van:
• afzonderlijk woorden
• zinnen in de tekst
• verwijsrelaties
• betekenisrelaties tussen zinnen
• de thematische betekenis van de tekst.
Naar toetsen.